- Home
- Duurzaamheid
- Effecten op flora en fauna
Effecten op flora en fauna
Gewasbeschermingsmiddelen worden uitgebreid getest en beoordeeld op de effecten op waterorganismen, vogels, zoogdieren, planten en insecten. Gebruiksvoorschriften worden hierop aangepast. Bij juist gebruik van een middel is zijn er dus geen ongewenste effecten op flora, fauna en leefomgeving. De interacties met flora, fauna en de leefomgeving zijn complex. Hierdoor kunnen tijdelijke effecten niet altijd voorkomen worden. Deskundigen zijn het erover eens dat de invloed van toegelaten middelen beperkt is. Door gewasbeschermingsmiddelen bewust in te zetten en te integreren in andere (biologische) bestrijdingsmethoden, kunnen ongewenste effecten op het milieu verder worden teruggebracht. Dit is het principe van geïntegreerde teelt. Door toegenomen kennis kunnen natuurbeheer en landbouw beter gecombineerd worden.
Als gevolg van overheidsmaatregelen en innovatie van de industrie zijn de potentiele risico's van gewasbeschermingsmiddelen voor ecosystemen momenteel ruim 75% lager dan in 1988 (bron: Milieubalans). Roofvogels hebben in de jaren 60 ernstig te lijden gehad van de ophoping van gewasbeschermingsmiddelen in de voedselketen. Sinds in de beoordeling van middelen dergelijke effecten worden meegenomen, komen roofvogels, zoals de havik, sperwer en buizerd, weer voor in Nederland. Vruchtwisseling, versnippering van gebieden, bodem en grondbewerking hebben een grotere invloed op de lokale leefomgeving dan gewasbeschermingsmiddelen. Gewasbeschermingsmiddelen kunnen natuurvriendelijker zijn dan andere vormen van landbeheer. Bijvoorbeeld selectief spuiten in plaats van maaien kan voor bepaald vogelsoorten onder bepaalde omstandigheden gunstiger zijn.
Als gevolg van overheidsmaatregelen en innovatie van de industrie zijn de potentiele risico's van gewasbeschermingsmiddelen voor ecosystemen momenteel ruim 75% lager dan in 1988 (bron: Milieubalans). Roofvogels hebben in de jaren 60 ernstig te lijden gehad van de ophoping van gewasbeschermingsmiddelen in de voedselketen. Sinds in de beoordeling van middelen dergelijke effecten worden meegenomen, komen roofvogels, zoals de havik, sperwer en buizerd, weer voor in Nederland. Vruchtwisseling, versnippering van gebieden, bodem en grondbewerking hebben een grotere invloed op de lokale leefomgeving dan gewasbeschermingsmiddelen. Gewasbeschermingsmiddelen kunnen natuurvriendelijker zijn dan andere vormen van landbeheer. Bijvoorbeeld selectief spuiten in plaats van maaien kan voor bepaald vogelsoorten onder bepaalde omstandigheden gunstiger zijn.










