Flint®

Fungicide met preventieve werking in de teelt van appels, peren, kersen, blauwe bessen, druiven, vruchtgroenten, aardbeien, spruit-, sluit- en bloemkool, broccoli, bos-, was- en winterpeen, prei, bonen, bleek-, en knolselderij, witlof, cichorei, sla, andijvie, kruiden, bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen en rozen, bloembollen en bolbloemen
Werkzame stof:
trifloxystrobine
Formulering:
WG
Gehalte:
50%
Toelatingsnummer:
12289 N
Verpakking:
Aantal dozen per pallet:
10 x 1 kg
54
Flint is een mesostemisch fungicide. De specifieke eigenschappen van Flint op en in het blad hebben aanleiding gegeven tot deze term. Kort samengevat wordt Flint gedeeltelijk in de waslaag en ook in de diepere lagen van het blad (het mesophyl of parenchym) opgenomen en vindt er tevens na de bespuiting nog een herverdeling op het gewas plaats. Daarnaast heeft Flint translaminaire eigenschappen.

Door de sterke binding van Flint aan de waslaag en door de snelle opname van het middel in het gewas is Flint een zeer regenvast product. Al na een half uur is er een goede hechting.
De kans op ontstaan van resistentie tegen de groep van strobilurinen (Qoi- fungiciden) kan niet worden uitgesloten. Om deze reden moet Flint worden afgewisseld of gecombineerd met middelen met een ander werkingsmechanisme om resistentie of kruisresistentie tegen te gaan. In het wettelijk gebruiksvoorschrift van Flint zijn het maximaal aantal bespuitingen opgenomen die in de verschillende teelten mogen worden uitgevoerd
  • Maximaal 4 maal per seizoen in de teelt van appel en peer in combinatie met een andere fungicide effectief tegen schurft;
  • Maximaal 33% van de bespuitingen, met een maximum van 3 bespuitingen, in de teelt van kersen, paprika en Spaanse peper, sla, andijvie en kruiden
  • Maximaal 3 maal per teeltcyclus in de teelt komkommer, meloen, courgette, augurk, kalebas, pattison, pompoen en squash.
  • Maximaal 33% van de bespuitingen indien gespoten als solo product en maximaal 50% van de bespuitingen indien gespoten in combinatie met een andere fungicide, met een maximum van 3 toepassingen, in de teelt van blauwe bes, druif, aardbei, bonen, bloemkool, broccoli, spruitkool en sluitkool, bos-, was-, en winterpeen, bleekselderij, knolselderij, witlof en prei, bloembol- en knolgewassen en bolbloemen, bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen, rozen, rozenonderstammen en vaste planten.
Appel en Peer
Ter voorkoming van schurft (Venturia inaequalis en Venturia pirina).
Vanaf het groene knopstadium Flint preventief toepassen met een interval van 7-10 dagen. Bij een hoge infectiedruk in een periode met snelle bladontwikkeling, evenals in een periode met langdurige neerslag, dient het interval maximaal 7 dagen te bedragen. Flint kan gelijktijdig tegen meeldauw worden ingezet.
Dosering: 0,01% (10 g/100 l water).

Ter voorkoming van echte meeldauw (Podosphaera leucotricha).
Ter voorkoming van nieuwe aantastingen gedurende de periode vanaf het roze knopstadium tot het einde van de groei Flint toepassen met een interval van 7-10 dagen. Indien veel primair aangetaste scheuten voorkomen dan de primaire aantastingen vanaf het roze knop stadium tot in de bloei wekelijks bestrijden met een triazool zoals Exact Plus. Aansluitend Flint toepassen. Flint voorkomt aantasting van het nieuwe blad dat in deze periode zeer snel wordt gevormd. De mesostemische eigenschappen worden zo optimaal benut.
Dosering: 0,01% (10 g/100 l water).

Ter bestrijding van Stemphylium en roest in peer gedurende de zomer Flint inzetten (op een moment dat er hoge infectiedruk is).
Dosering: 0,01% (10 g/100 l water).

Aardbei
Ter bestrijding van meeldauw (Sphaerotheca macularis) in de bedekte en onbedekte teelt van aardbeien Zodra de eerste aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren. De behandeling herhalen met intervallen van 7-10 dagen afhankelijk van de groei van het gewas en de infectiedruk.
Dosering: 0,0125% (12,5 g/100 l water)

Kers
Ter bestrijding van schurft (Venturia cerasieen Venturia carpophila) in de onbedekte teelt van kers.
Flint preventief toepassen met een interval van 7-10 dagen. Bij een hoge infectiedruk in een periode met snelle bladontwikkeling, evenals in een periode met langdurige neerslag, dient het interval maximaal 7 dagen te bedragen. Flint is in de teelt van kersen tevens effectief ter bestrijding van bladvalziekte (Blumeriella jaapi) en tak- en bloesemsterfte (Monilia laxa).
Dosering: 0,01% (10 g/100 l water)

Blauwe bessen
Ter bestrijding van Botrytis (vruchtrot) en Anthracnose in de onbedekte teelt van blauwe bessen. Preventief tijdens de bloei een bespuiting uitvoeren en de behandeling maximaal 2 maal herhalen met intervallen van 7 tot 10 dagen.
Dosering: 0,4 kg/ha (400 g/ha)

Druiven
Ter bestrijding van echte meeldauw (Plasmopara viticola) Ter bestrijding van meeldauw in de onbedekte teelt van druiven. De eerste behandeling uitvoeren bij de aanvang van de bloei. De behandelingen maximaal 2 maal herhalen met een interval van 14 tot 21 dagen. Afhankelijk van het moment van toepassen worden ook valse meeldauw en Botrytis bestreden.
Dosering: 0,25 kg/ha (250 g/ha)

Tomaat
Ter bestrijding van meeldauw (Oïdium lycopersicum) in de bedekte teelt van tomaat. Zodra de eerste aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren. De behandeling herhalen met intervallen van 7-10 dagen afhankelijk van de groei van het gewas en de infectiedruk.
Dosering: 0,0125% (12,5 g/100 l water)

Komkommer, meloen, courgette, pattison, pompoen, kalebas, squash en augurk
Ter bestrijding van echte meeldauw (Sphaerotheca fusca) in de bedekte en onbedekte teelt van komkommer, meloen, courgette, pattison, pompoen, kalebas, squash en augurk.
Zodra de eerste aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren. De behandeling herhalen met intervallen van 7-10 dagen afhankelijk van de groei van het gewas en de infectiedruk. In de situatie dat er reeds een bestaande aantasting aanwezig is dan eerst een triazool inzetten en daarna Flint toepassen.
Dosering: 0,0125% (12,5 g/100 l water).

Paprika en Spaanse peper
Ter bestrijding van echte meeldauw (Leveilula taurica) in de bedekte en onbedekte teelt van paprika en Spaanse peper.
Zodra de eerste aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren. De behandeling herhalen met intervallen van 7-10 dagen afhankelijk van de groei van het gewas en de infectiedruk.
Dosering: 0,0125% (12,5 g/100 l water)

Prei
Ter bestrijding van purpervlekkenziekte (Alternaria porri) en roest (Puccinia alli). Flint preventief inzetten met intervallen van 14 dagen. Stemphylium vesicarium en fluweelvlekkenziekte (Cledosporium allii-porri) worden tevens bestreden door Flint. Indien er reeds aantasting aanwezig is op het moment van de eerste behandeling dan de eerste behandeling uitvoeren met een middel met curatieve werking.
Dosering: 0,4 kg/ha (400 g/ha)

Spruitkool en sluitkool
Ter bestrijding van spikkelziekte (Alternaria brassicae) en bladvlekkenziekte Mycosphaerella spp. Zodra de eerste aantasting wordt genomen, een behandeling uitvoeren. De behandeling om de 14 dagen herhalen. De toepassingen met Flint bij voorkeur laten volgen op bespuitingen met fungiciden uit andere chemische groepen zoals bijvoorbeeld Folicur.
Dosering: 0,25 kg/ha (250 g/ha)
Ter bestrijding van witte roest (Albugo candida).
Dosering: 0,4 kg/ha (400 g/ha)

Bloemkool en broccoli
Ter bestrijding van witte roest (Albugo candida) in de onbedekte teelt van bloemkool en broccoli
Dosering: 0,4 kg Flint per ha (400 g/ha). Een dosering van 0,25 kg Flint per ha is toereikend voor de bestrijding van Mycosphaerella spp. en Alternaria spp.

Veredelings- en zaadteelt van koolgewassen
Ter bestrijding van witte roest (Albugo candida) in de bedekte teelt van veredelings- en zaadteelt van koolgewassen.
Dosering: 0,4 kg/ha (400 g/ha)

Bedekte teelt van sla
Ter bestrijding van Sclerotinia en Botrytis in de bedekte teelt van sla met uitzondering van veldsla. Tevens effectief ter bestrijding van valse meeldauw. De eerste toepassing uitvoeren in de eerste week na planten. De toepassing na 7 tot 10 dagen maximaal 2 maal herhalen.
Dosering: 0,4 kg/ha (400 g/ha)

Andijvie
Ter bestrijding van Sclerotinia en Botrytis in de bedekte en onbedekte teelt van andijvie. Tevens effectief ter bestrijding van valse meeldauw. De eerste toepassing uitvoeren in de eerste week na planten. De toepassing na 7 tot 10 dagen eenmaal herhalen.
Dosering: 0,4 kg/ha (400 g/ha)

Bleekselderij en knolselderij
Ter bestrijding van bladvlekkenziekten (Septoria apiicola) in de onbedekte teelt van bleekselderij en knolselderij
Dosering: 0,25 kg/ha (250 g/ha)

Witlof en cichorei
Ter bestrijding van echte meeldauw (Erisyphe cichoracearum) in de onbedekte pennenteelt van witlof en cichorei.
Dosering: 0,25 kg/ha (250 g/ha)

Onbedekte teelt van bos-, was- en winterpeen
Ter bestrijding van loofverbruining (Alternaria dauci) en meeldauw (Erysiphe heraclei) in de onbedekte teelt van bos-, was- en winterpeen. Zodra de eerste aantasting wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. De behandeling om de 14 dagen herhalen. De toepassingen met Flint bij voorkeur laten volgen op bespuitingen met fungiciden uit andere chemische groepen zoals bijvoorbeeld triazolen.
Dosering bij bestrijding van meeldauw: 0,25 kg/ha (250 g/ha)
Dosering bij bestrijding van Alternaria: afhankelijk van de ziektedruk: 0,25-0,4 kg/ha (250-400 g/ha).

Bonen
Ter bestrijding van meeldauw in de bedekte teelt van bonen. Zodra een aantasting wordt waargenomen een gewasbespuiting toepassen. De behandeling maximaal 2 maal herhalen met een interval van 7 tot 10 dagen.
Dosering 0,25% (25 g/100 l water)

Kruiden
Ter bestrijding van meeldauw, valse meeldauw, Sclerotinia en Botrytis in de bedekte en onbedekte teelt van kruiden. Eerste toepassing uitvoeren zodra symptomen worden waargenomen. De toepassing na 7 tot 10 dagen maximaal 2 maal herhalen.
Dosering: 0,4 kg/ha (400 g/ha)

Bloemisterijgewassen
Ter bestrijding van echte meeldauw (Sphaerotheca spp.) en roest (Puccinia spp.) in de bedekte en onbedekte teelt van bloemisterijgewassen.
Zodra de eerste aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren. De behandeling met intervallen van 7 - 10 dagen, afhankelijk van de groei van het gewas en de infectiedruk, herhalen. De toepassingen met Flint bij voorkeur laten volgen op bespuitingen met fungiciden uit andere chemische groepen zoals bijvoorbeeld triazolen.
Dosering: 0,0125% (12,5 g/100 l water).

WAARSCHUWING:
Flint kan in gerbera het gehele jaar schade aan de bloemen veroorzaken. Toepassing van Flint in gerbera wordt dan ook ontraden. In roos onder glas kan Flint in bepaalde rassen in de donkere periode schade aan bet blad veroorzaken. Toepassing van Flint in roos in de donkere periode van september tot en met maart wordt dan ook ontraden.

In de teelt van chrysanten Flint niet mengen met daminozide bevattende groeiremmers. In het algemeen kan Flint in de teelt van chrysanten zonder gewasverdraagzaamheidsproblemen gemengd worden toegepast met andere fungiciden of insecticiden. Indien met een bepaalde combinatie nog geen ervaring is opgedaan op een bepaalde cultivar, adviseren wij altijd een proefbespuiting uit te voeren

Boomkwekerijgewassen, rozen en rozenonderstammen en vaste planten
Ter bestrijding van echte meeldauw (Sphaerotheca en Oidium spp.), roesten en bladvlekkenziekten in de bedekte en onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen, rozen en rozenonderstammen en vaste planten. Zodra de eerste aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren. De behandeling met intervallen van 7-10 dagen, afhankelijk van de groei van het gewas en de infectiedruk, herhalen.
Dosering: 0,0125% (12,5 g/100 l water).

Opmerking
Gezien de geringe ervaring in boomkwekerijgewassen dient alvorens het gewas te behandelen een proefbespuiting uitgevoerd te worden ten einde de verdraagzaamheid van het gewas te testen.

Bedekte en onbedekte teelt van bloembol- en bolbloemgewassen
Ter bestrijding van vuur (Botrytis spp.). Vanaf kort na opkomst Flint toepassen met een interval van 7 tot 10 dagen. Flint mag in bloembollen maximaal 3 keer toegepast worden. Flint altijd combineren met middelen zoals maneb, mancozeb of andere bedekkingsfungiciden.
Dosering: 0,25 kg/ha (250 g/ha)
Verminderde werking
Het kan niet worden uitgesloten, dat minder gevoelige schimmelfysio’s kunnen voorkomen. Onder ongunstige omstandigheden kan de werking daardoor afnemen. Doordat een groot aantal factoren invloed uitoefent op het ontstaan van dergelijke fysio’s, is het optreden hiervan niet te voorspellen.

Gevoeligheid gewassen
Gezien het grote aantal variëteiten en de wisselende teeltomstandigheden van bloemisterij, boomkwekerij, bloembol- en knolgewassen en bloembollen is het onmogelijk de gewasverdraagzaamheid voor alle gevallen te onderzoeken. De gebruiker van dit product zal, wanneer met een cultivar in een groeistadium of onder bepaalde omstandigheden nog geen ervaring is opgedaan, zelf proefgewijs een bespuiting moeten uitvoeren om verantwoordelijkheid voor de gewasverdraagzaamheid te kunnen nemen. Wij kunnen daarom geen aansprakelijkheid aanvaarden voor schade door toepassingen van dit product in hiergenoemde teelten.

Veiligheidstermijnen
De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:
  • 1 dag voor tomaat, paprika, Spaanse peper en bonen
  • 3 dagen voor aardbei, komkommer, meloen, courgette, augurk, kalebas, pattison, pompoen en squash
  • 7 dagen voor voor blauwe bessen, sla (met uitzondering van veldsla), andijvie en kruiden
  • 14 dagen voor appels, peren en kersen, spruitkool, sluitkool, bloemkool, broccoli, bleekselderij, knolselderij, bospeen, waspeen, winterpeen en prei
  • 35 dagen voor druiven

Driftbeperkende maatregelen in de teelt van appel en peer
Voor toepassingen ná 1 mei zijn geen driftbeperkende maatregelen nodig langs watergangen
Toepassing voor 1 mei op percelen grenzend aan watergangen is uitsluitend toegestaan indien:
  • het middel toegepast wordt met een tunnelspuit, of
  • de buitenste bomenrij eenzijdig wordt bespoten vanaf het buitenste rijpad in de richting van het perceel, of
  • het middel toegepast wordt met een maximaal spuitvolume van 1200 l/ha water.
  • de bespuiting sensorgestuurd wordt uitgevoerd, of
  • tussen de boomgaard en het oppervlaktewater een emissiescherm (2,5 m hoog) is geplaatst, of
  • het middel verspoten wordt met een dwarsstroomspuit met reflectiescherm, of
  • een teeltvrije zone van 6 meter aanwezig is
  • het middel in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang verspoten wordt met een Venturidop waarbij de laatste bomenrij éénzijdig bespoten dient te worden.
Flint® is een geregistreerd handelsmerk van Bayer CropScience
Alle hier gegeven adviezen zijn wettelijk toegestaan en worden door Bayer CropScience volledig ondersteund. Certificerende organisaties (zoals bijv. GlobalGap) hanteren soms andere normen voor toepassing. Let hierop bij gebruik in gecertificeerde teelten. Bayer CropScience aanvaardt in dezen geen verantwoordelijkheid bij foutief gebruik.

Lees voor gebruik altijd eerst het etiket!
  • Laatst gewijzigd:  maandag 23 januari 2012

Zoeken

Veiligheidsblad

Agri

Kies een product